zondag 16 door het jaar – B

Uit de profeet Jeremia 23, 1-6

De profeet klaagt het gedrag van de leiders aan en stelt hen verantwoordelijk voor de geestelijke ondergang van het volk. God belooft zelf te zorgen voor een nieuwe koning, een afstammeling van David, die het volk met bekwaamheid zal leiden.

Wee de herders die de schapen van mijn weiden in het verderf storten en laten verdwalen – spreekt de Heer. Daarom – dit zegt de Heer, de God van Israël, tegen de herders die mijn volk weiden: Jullie hebben mijn schapen verjaagd en laten verdwalen, en jullie zijn ze niet gaan zoeken. Daarom ga Ik jullie zoeken: Ik zal jullie straffen voor je kwalijke praktijken – spreekt de Heer. Wat er nog van de schapen over is, zal Ik bijeenbrengen uit alle landen waarheen Ik ze verjaagd heb. Ik breng ze terug naar hun weide, ze zullen vruchtbaar zijn en in aantal toenemen. Ik zal herders over ze aanstellen die ze zo zullen hoeden dat ze geen angst meer kennen en er niet één meer zal worden gemist – spreekt de Heer.
De dag zal komen – spreekt de Heer – dat Ik aan Davids stam een rechtmatige telg laat ontspruiten, die als koning een wijs beleid zal voeren en die in het land recht en gerechtigheid zal handhaven. Dan wordt Juda verlost en zal Israël in vrede leven. Zijn naam zal zijn “De Heer is onze gerechtigheid”.

Psalm 23, 1-6

Refr.: De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.

De Heer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water.

Hij geeft mij nieuwe kracht
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn naam.

Al gaat mijn weg door een donker dal,
ik vrees geen gevaar, want U bent bij mij,
uw stok en uw staf, zij geven mij moed.

U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand,
u zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.

Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven,
ik keer terug in het huis van de Heer
tot in lengte van dagen.

Uit de brief van Paulus aan de Efeziërs 2, 13-19

Christus bracht vrede, en verzoende door het kruis.

Broeders en zusters,
u bent, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. Want Hij is onze vrede, Hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen.
Zo bracht Hij vrede en verzoende Hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden.
Vrede kwam Hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij Hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.

Alleluia.
Mijn schapen luisteren naar mijn stem,
zegt de Heer,
en Ik ken ze en ze volgen mij.
Alleluia.

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 30-34

Jezus acht een innige omgang en een diepe verbondenheid met zijn apostelen nodig om hen deel te laten nemen aan de verkondiging van het Rijk en om hen bekwaam te maken de lasten van het pastoraal werk te dragen. Daarom wil Jezus hen inleiden in het gebed.

De apostelen kwamen weer terug bij Jezus en vertelden Hem over alles wat ze gedaan hadden en wat ze de mensen onderwezen hadden.
Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’ Want het was een voortdurend komen en gaan van mensen, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te eten.
Ze voeren met de boot naar een afgelegen plaats, om daar alleen te kunnen zijn. Maar hun vertrek werd opgemerkt en velen hoorden ervan, en uit alle steden haastten de mensen zich over land naar die plaats en kwamen er nog eerder aan dan Jezus en de apostelen.
Toen Hij uit de boot stapte, zag Hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder, en Hij onderwees hen langdurig.

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.