zondag 27 door het jaar – A

Uit de profeet Jesaja 5, 1-7

Het volk van God is als een wijngaard, die oneindig veel zorg kreeg van zijn wijngaardenier. Zou het dan geen vrucht dragen? Het is onder alle volkeren uitverkoren voor een verbond van liefde. Zou het dan blijvend zijn Heer teleurstellen? Dat kan niet de bedoeling zijn…

Voor mijn geliefde wil ik zingen het lied van mijn lief en zijn wijngaard.
Mijn geliefde had een wijngaard, gelegen op vruchtbare grond. Hij bewerkte de grond, haalde de stenen eruit en plantte een edele druivensoort. Hij bouwde er een wachttoren, hakte ook een perskuip uit. Hij verwachtte veel van zijn wijngaard, maar die bracht slechts wrange druiven voort.
Welnu, inwoners van Juda en Jeruzalem, spreek recht tussen mij en mijn wijngaard.
Wat kon ik meer aan mijn wijngaard doen, wat heb ik te weinig gedaan? Ik verwachtte zo veel van mijn wijngaard, waarom bracht hij slechts wrange druiven voort?
Luister, ik zal jullie vertellen wat ik met mijn wijngaard ga doen: Ik ruk de doornhaag uit en breek de muur af, zodat hij verbrand en vertrapt kan worden. Ik zal hem laten verwilderen, er wordt niet meer gesnoeid, niet meer gewied, dorens en distels schieten er op. De wolken zal ik opdragen geen regen op hem te laten vallen.
Israël is de wijngaard van de Heer van de hemelse machten, de uitgelezen aanplant zijn de inwoners van Juda.
Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht, hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting.

Psalm 80, 9 + 12 + 13 + 14 + 15 + 16 + 19 + 20

Refr.: De wijngaard van de Heer is het huis van Israël.

U hebt een wijnstok uitgegraven in Egypte,
en volken verdreven om hem te planten.
Hij strekte zijn takken uit tot de zee,
tot aan de Grote Rivier zijn ranken.

Waarom hebt U zijn omheining vernield ?
Voorbijgangers plukken hem leeg,
wilde zwijnen wroeten hem om,
velddieren vreten hem kaal.

God van de hemelse machten, keer U tot ons,
kijk neer uit de hemel en zie, bekommer u om deze wijnstok,
de stek die uw hand heeft geplant,
het kind dat U zelf hebt grootgebracht.

Dan zullen wij niet van U wijken.
Laat ons leven, en wij roepen uw Naam:
Heer, God van de hemelse machten, keer ons lot ten goede,
toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered.

Uit de brief van Paulus aan de Filippenzen 4, 6-9

De vrede, die van God komt en die Christus ons heeft nagelaten, wekt vertrouwen en gebed. Zij maakt een einde aan de angst en heiligt de menselijke deugden.

Broeders en zusters,
wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank Hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.
Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. Doe alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik u heb verteld en laten zien. Doe het, en de God van de vrede zal met u zijn.

Alleluia.
Ik heb u uitgekozen uit de wereld,
om op tocht te gaan
en vruchten voort te brengen,
die blijvend mogen zijn.
Alleluia.

Uit het evangelie volgens Matteüs 21, 33-43

De leiders van het volk, voor wie het niet genoeg was eertijds de profeten te hebben mishandeld die God hen zond, gaan nu zo ver zijn eigen zoon te vermoorden. Op Christus, de steen die door Israël werd verworpen, maar die uitgekozen werd door de Vader, zal de Kerk gebouwd worden, het nieuwe volk Gods dat geroepen is om vruchten voort te brengen in overvloed.

Jezus sprak tot de hogepriesters en de oudsten van het volk:
‘Luister naar deze gelijkenis. Er was eens een landheer die een wijngaard aanlegde en hem omheinde. Hij groef er een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Toen verpachtte hij hem aan wijnbouwers en ging op reis. Tegen de tijd van de druivenoogst stuurde hij zijn knechten naar de wijnbouwers om zijn vruchten in ontvangst te nemen. Maar de wijnbouwers grepen de knechten, ze mishandelden er een, doodden een ander en stenigden een derde. Daarna stuurde de landheer andere knechten, een grotere groep dan eerst, maar met hen deden ze hetzelfde. Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. Toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: “Dat is de erfgenaam! Kom op, laten we hem doden en zo zijn erfenis opstrijken”, en ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem. Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met die wijnbouwers doen?’
Ze antwoordden: ‘De onmensen! Laat hij ze op een mensonwaardige manier ombrengen en de wijngaard verpachten aan andere wijnbouwers, die de vruchten wel aan hem afdragen wanneer het daar de tijd voor is.’
Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.” Daarom zeg Ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.