zondag 32 door het jaar – A

Uit het boek Wijsheid 6, 12-16

Het is niet de eerste keer dat wij uitgenodigd worden om in Christus de ware Wijsheid te zien. Komt ook Hij niet, zoals de Wijsheid, tegemoet aan wie Hem zoeken, en verlicht ook Hij niet hen die Hem in geloof verbeiden?

Schitterend en onvergankelijk is de wijsheid. Ze laat zich gemakkelijk zien aan wie haar liefheeft, ze laat zich vinden door wie haar zoekt; wie naar haar verlangt leert haar dadelijk kennen.
Wie voor zonsopgang opstaat om haar te zoeken, wordt niet moe: hij vindt haar pal voor zijn deur.
Een mens kan zijn verstand niet beter gebruiken dan door aan haar te denken.
Wie om haar wakker ligt zal spoedig vrij van zorgen zijn.
De wijsheid is op zoek naar mensen die haar waard zijn, ze treedt hun welwillend tegemoet en vertoont zich aan hen in elke gedachte.

Psalm 63, 2-8

Refr.: Laten al uw schepselen U loven, Heer.

God, U bent mijn God, U zoek ik,
naar U smacht mijn ziel,
naar U hunkert mijn lichaam
in een dor en dorstig land, zonder water.

In het heiligdom heb ik U gezien,
uw macht en majesteit aanschouwd.
Uw liefde is meer dan het leven,
mijn lippen zingen uw lof.

U wil ik prijzen, mijn leven lang,
roepend uw Naam, de handen geheven.
Dan wordt mijn ziel verzadigd met uw overvloed,
jubel ligt op mijn lippen, mijn mond zal U loven.

Liggend op mijn bed denk ik aan U,
wakend in de nacht prevel ik uw Naam.
U bent altijd mijn hulp geweest,
ik juichte in de schaduw van uw vleugels.

Uit de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen 4, 13-18

Om deze moeilijke tekst te verstaan, moeten wij twee dingen voor ogen houden. Toen Paulus deze brief schreef, was hij in de overtuiging dat hij nog tijdens zijn leven de werderkomst van Christus zou zien. Vandaar de uitdrukking: ‘Wij die in leven blijven…’ Daarbij beschrijft hij de verrijzenis van de gelovigen in termen van de joodse apocalyptische literatuur. Vandaar beelden zoals de stem van de aartsengel en het weggevoerd worden op de wolken van de hemel. Maar zijn boodschap blijft actueel: de zekerheid dat Christus terugkomt is een bron van hoop en wederzijdse steun.

Broeders en zusters,
wij willen u niet in het ongewisse laten over de doden, zodat u niet hoeft te treuren, zoals zij die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en is opgestaan, moeten wij ook geloven dat God door Jezus de doden naar zich toe zal leiden, samen met Jezus zelf.
Wij zeggen u met een woord van de Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan. Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij Hem zijn.
Troost elkaar met deze woorden.

Alleluia.
Wees waakzaam,
want gij weet niet op welk uur
de Mensenzoon komt.
Alleluia.

Uit het evangelie volgens Matteüs 25, 1-13

Er is iets tragisch in het bestaan van de christenen: dag en uur van Christus’ wederkomst zijn niet gekend. Daarom is voor hen wijs en voorzichtig, zich onvermoeibaar op die wederkomst voor te bereiden, door de trouw aan het evangelie, de standvastigheid in het geloof en de beoefening van de naastenliefde.

Jezus vertelde zijn leerlingen deze gelijkenis:
‘Het zal met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en erop uittrokken, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf waren wijs. De dwaze meisjes hadden wel hun lampen gepakt, maar geen extra olie. De wijze meisjes hadden behalve hun lampen ook olie in kruiken bij zich. Omdat de bruidegom op zich liet wachten, werden ze allemaal slaperig en dommelden ze in. Midden in de nacht klonk er luid geroep: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet.” Dat wekte de meisjes en ze brachten hun olielampen in orde. De dwaze meisjes zeiden tegen de wijze: “Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan al uit.” De wijze meisjes antwoordden: “Nee, straks is er nog te weinig voor ons en jullie samen. Zoek liever een verkoper en koop zelf olie.” Terwijl zij op olie uit waren, arriveerde de bruidegom, en zij die klaarstonden gingen met hem naar binnen voor het bruiloftsfeest, waarna de deur gesloten werd. Enige tijd later kwamen ook de andere meisjes. Ze riepen: “Heer, heer, laat ons binnen!” Maar hij antwoordde: “Ik ken jullie werkelijk niet.”
Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip Hij komt.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.