zondag 4 door het jaar – B

Uit het boek Deuteronomium 18, 15-20

God leidt zijn volk door zijn woord dat de profeten in zijn naam aan de mensen doorgeven. Zoals Mozes worden de ware profeten door God uit het volk geroepen en naar de mensen gezonden om die belangrijke taak op zich te nemen.

Mozes sprak tot het volk en zei:
“God zal in uw midden profeten laten opstaan, profeten zoals ik. Naar hen moet u luisteren. U hebt de Heer daar immers zelf om gevraagd, toen u bij de Horeb bijeen was.
U zei: ‘Wij kunnen het stemgeluid van de Heer, onze God, en de aanblik van dit enorme vuur niet langer verdragen; dat overleven we niet.’
De Heer heeft toen tegen mij gezegd: ‘Zij hebben goed gesproken. Ik zal in hun midden profeten laten opstaan zoals jij. Ik zal hun mijn woorden ingeven, en zij zullen het volk alles overbrengen wat ik hun opdraag. Wie niet wil luisteren naar de woorden die zij in mijn naam spreken, zal Ik ter verantwoording roepen. Maar als een profeet de euvele moed heeft om in mijn naam iets te zeggen dat Ik hem niet heb opgedragen, of om in de naam van andere goden te spreken, dan moet hij ter dood gebracht worden.’”

Psalm 95, 1-2, 6-7, 8-9

Refr.: Luister heden dan naar zijn stem en wees niet halsstarrig.

Kom, laten wij jubelen voor de Heer,
juichen voor onze rots, onze redding.
Laten wij Hem naderen met een loflied,
Hem toejuichen met gezang.

Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding,
knielen voor de Heer, onze maker.
Ja, Hij is onze God en wij zijn het volk dat Hij hoedt,
de kudde door zijn hand geleid.

Luister vandaag naar zijn stem:
Wees niet koppig als bij Meriba,
als die dag bij Massa, in de woestijn,
toen jullie voorouders mij op de proef stelden, mij tartten,
al hadden ze mijn daden gezien.

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 7, 32-35

In de verwachting van Christus’ terugkeer ziet Paulus in het godgewijde celibaat een teken van hun onvoorwaardelijke beschikbaarheid voor Christus en de Kerk.

Broeders en zusters,
ik zou willen dat u geen zorgen hebt. Een ongetrouwde man draagt zorg voor de zaak van de Heer en wil de Heer behagen. Een getrouwde man draagt zorg voor aardse zaken en wil zijn vrouw behagen, dus zijn aandacht is verdeeld.
Een ongetrouwde vrouw en een meisje dat nog niet getrouwd is, dragen zorg voor de zaak van de Heer, en wel zo dat ze God met heel hun lichaam en geest zijn toegewijd. Maar een getrouwde vrouw draagt zorg voor aardse zaken en wil haar man behagen.
Ik zeg dit in uw eigen belang, niet om u aan banden te leggen, maar om u tot onberispelijk gedrag en onverminderde toewijding aan de Heer te brengen.

Alleluia
Het volk dat in duisternis zat,
heeft een groot licht aanschouwd,
en over hen die gezeten zijn
in de schaduw van de dood,
is een licht opgegaan.
Alleluia.

Uit het evangelie volgens Marcus 1, 21-28

Jezus’ gezag als leraar is zo groot dat Hij zelfs de boze geesten het zwijgen kan opleggen en de mensen ervan kan bevrijden.

In die tijd kwamen Jezus en zijn leerlingen in Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge en onderwees er de mensen. Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, niet zoals de schriftgeleerden.
Er was in de synagoge ook een man die bezeten was door een onreine geest, en hij schreeuwde: ‘Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.’
Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’ De onreine geest deed de man stuiptrekken en verliet hem met een luide schreeuw.
Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als Hij onreine geesten een bevel geeft, wordt Hij gehoorzaamd.’
Het nieuws over Jezus verspreidde zich algauw overal in Galilea.

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.